Katholieken en Hervormden

In Haarlem had je twee soorten geloof: Gereformeerd en Hervormd. Gereformeerden gingen ’s zondags naar de kerk, hervormden niet, dus hervormd of niks was hetzelfde. Het waren openbare stinksigaren, want ze gingen ook nog eens naar de openbare school. O ja, er waren, zo werd je verteld, ook nog katholieken. Je kwam ze nooit tegen, maar dat was een verderfelijk soort. Ze hadden een paus die dacht dat- ie God zelf was, ze woonden met z’n allen onder de rivieren waar ze onder de knoet werden gehouden, behalve met carnaval, dan mochten ze feest vieren. Negen maanden na carnaval was er altijd een geboortegolf, zo werd verteld.
Toen verhuisden we naar Arnhem, Laan van Presikhaaf 314, precies tegenover de katholieke Sint Nicolaas kerk. Het waren huizen van de katholieke woningbouwvereniging, huizen voor grote gezinnen, met in ons huis beneden twee kamertjes extra, de buren boven twee kamertjes extra. Omdat mijn vader ambtenaar was, mochten we er, ondanks het feit dat we niet katholiek waren, toch wonen. Wij waren de eerste bewoners en maakten er de strenge winter van 62/63 mee. Toen, in het voorjaar van ’63 kwamen de andere bewoners. De familie Koster, negen kinderen, de familie Pas, idem, de familie Moison, zes kinderen. Wij, met zes kinderen, behoorden dus qua kinderaantal tot de middenmoot.
Katholieken gingen, net als gereformeerden, naar de kerk, maar deden dat op een veel handiger manier: je kon al op zaterdagavond gaan, en op de zondagochtend had je het helemaal voor het uitkiezen: vroegmis, ochtendmis, hoogmis: u zoekt maar uit!
Het waren de jaren van de oecumene en af en toe werden er in een bomvolle Nicolaaskerk gemeenschappelijke diensten ( katholieken noemden dat een mis) gehouden.
Het ging zelfs zo ver, dat toen kardinaal Alfrink op bezoek kwam in de Nicolaaskerk, de buren aan mijn moeder vroegen of zij ook de vlag uit wilde steken. Vooruit, sprak mijn moeder, die Alfrink is een aardige man, dus oké, maar als de paus komt, dan niet, sprak ze ferm.
Goede bedoelingen, meer niet, want een verhouding tussen een katholiek en een gereformeerde bijvoorbeeld, daar kwam niets van in. Twee geloven op een kussen… Als het toch gebeurde, dan moest er een keuze worden gemaakt, zoals de moeder van mijn schoolvriend Bert had gedaan. Fien Barois uit het Limburgse Echt, heel jong weduwe geworden, was de douaneambtenaar Klaassen tegen het lijf gelopen en dus maar gereformeerd geworden.
Op Hemelvaartsdag gingen we altijd dauwtrappen. Om vijf uur op en dan maar fietsen. Met mijn vrienden Peter Ophorst en Anjo Jansen fietsten we naar Uddel. Rond een uur of negen kwamen we in het Veluwse dorp aan. We hadden wel zin in een flesje prik en kochten bij een lokale zuivelhandel een flesje Fanta. De eigenaar deed een beetje zenuwachtig en vroeg of we achterom wilden komen en het daar op wilden drinken. Dat deden we, maar we snapten niet helemaal waarom.
Nadat we de flesjes op hadden en een boer hadden gelaten, liepen we weer naar voren. Tegenover de zuivelhandel was een eenvoudig kerkgebouw. De koster, dat kon je goed zien omdat de kerkdeuren in de toren van de kerk wijd openstonden, stond duchtig aan de touwen van de kerkklokken te trekken, die dan ook luid over het dorp klepelden om de gelovigen op te roepen ter kerke te gaan.
We stonden er een beetje geamuseerd naar te kijken. Maar nog geamuseerder keken we naar het kerkvolk. Mannen in zwart pak voorop, daarachter de echtgenote, ook in het zwart met een hoedje op, en daarachter weer de kinderen, jongens in het zwart, meisjes met lakschoentjes en een mutsje op. Als zwarte slierten verdwenen ze in het gebouw. Toen gingen de kerkdeuren dicht. Het geklingel van de kerkklokken werd minder en hield op een gegeven moment op. Pas toen viel me het naambord van de kerk op. HERVORMDE GEMEENTE, stond er in grote letters. Ik snapte er niets van. Thuisgekomen vroeg ik aan m’n moeder hoe dat nou toch zat, mensen in het zwart die zelfs op Hemelvaartsdag naar de hervormde kerk gingen. Want hervormden gingen toch nooit naar de kerk? En wij, gewone gereformeerden, gingen op Hemelvaartsdag ook echt niet naar de kerk. Er volgde een ingewikkeld antwoord van m’n moeder over de Gereformeerde Bond in de Hervormde kerk. Ze waren véél en véél strenger dan gewone gereformeerden, maar noemden zich nog steeds hervormd. O, zoiets als de katholieken, zei ik. Je hebt van die strenge nonnetjes die de hele dag lopen te bidden, en je hebt van die mooie meisjes, zoals van de buren, die zich mooi maken en met jongens uitgaan en carnaval vieren.
Zoiets ja, zei m’n moeder.
10052021

Leave Your Comment

Your email will not be published or shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*