BEGONNEN ALLE PROBLEMEN MET VAN RIEBEECK?

Een review

Alle problemen begonnen met Van Riebeeck.’ Onder deze titel heeft voormalig Trouw- en FD-correspondent Niels Posthumus een boek geschreven dat als journalistieke queeste door Zuid-Afrika kan worden beschouwd. Nogal aanmatigend heeft de journalist er als ondertitel aan toegevoegd ‘Wat Nederlanders niet weten over hun rol in Zuid-Afrika;’ dus ik was benieuwd wat ik (nog) niet zou weten toen ik aan het boek begon.

Om te beginnen een welgemeend compliment aan zowel schrijver als uitgever. Legio zijn de boeken en boekjes van oud correspondenten die, min of meer vanwege de bekendheid die de correspondent in een afgelopen periode heeft opgebouwd, worden uitgespuugd. Uitgespuugd zeg ik met name, want het wemelt van de boekjes van oud correspondenten die nog even voordat zij ‘hun’ land verlaten gauw iets in elkaar flansen. Op vrijdagavond beginnen met het bij elkaar harken van wat oude artikelen, verbindende tekst, toeristische tips of wat recepten erbij en voilá: op maandagochtend zijn we klaar. Of met een fles wodka naast de laptop even alle bloedstollende avonturen en herinneringen en woeste meningen uithoesten: alstublieft uitgever, hier is mijn pamflet.

Zo niet het boek van Posthumus. Geen opgewarmde prak maar een oprechte journalistieke zoektocht waarbij hij dwars door Zuid-Afrika reist en de nodige literatuur bestudeert en bestudeerde. De titel van het boek ontleende Posthumus aan een uitspraak van voormalig president Zuma, die tijdens een toespraak voor het parlement de uitspraak deed dat ‘alle ellende in Zuid-Afrika was begonnen met (de komst van) Jan van Riebeeck’. Van Riebeeck moest in opdracht van de VOC een verversingsstation aan de Kaap opzetten en hij begon daarmee in 1652. Vanwege de latere geschiedenis van Zuid-Afrika, met de komst van vele Nederlanders die bij wijze van spreken de Statenbijbel onder hun arm meenamen, en hun latere ontwikkeling tot fanatieke verdedigers van de Apartheid , zou je een rechtstreekse lijn kunnen veronderstellen tussen de komst van Van Riebeeck en het Zuid-Afrika van de Apartheid. Iedere historicus zal hier vraagtekens bij zetten. In de eerste plaats: is de uitspraak van Zuma niet een tamelijk goedkope manier om de aandacht af te leiden van de actuele problemen die Zuid-Afrika teisteren en zelf geen verantwoordelijkheid te nemen? Als het om corruptie gaat in Afrika is Jacob Zuma een goede kandidaat om ergens in de top tien te belanden, na mevrouw Dos Santos uit Angola of de vele Nigeriaanse leiders die met koffers vol diamanten het land tracht(t)en te verlaten. In de tweede plaats is, zeker in het geval van Zuid-Afrika, of Afrika in het algemeen, journalistieke onafhankelijkheid vrijwel onmogelijk. Neem bijvoorbeeld de huidige discussie in Nederland over slavenhandel en slavernij: was de slavenhandel, hoe verschrikkelijk ook, economisch gezien niet gewoon een relatief klein verschijnsel waarvan de impact niet overtrokken moet worden (Piet Emmer), of heeft de slavenhandel, zeker in de tweede helft van de achttiende eeuw, wel degelijk bijgedragen aan de economische bloei van Amsterdam, zoals de laatste inzichten ons doen geloven? En in de laatste plaats: moet de hele geschiedenis van Zuid-Afrika niet ook gezien worden in het licht van de geschiedenis van het kolonialisme?

Ja: ook de Engelsen, met hun concentratiekampen voor Mau Mau strijders bijvoorbeeld aan het einde van de jaren ’50 in Kenya konden er wat van, of de Fransen, of de Portugezen, die als heel arm land in een uithoek van Europa eeuwenlang nauwelijks investeerden in hun kolonies maar het wel tot een gruwelijke oorlog lieten komen, om vervolgens halsoverkop te vertrekken. Bijverschijnsel: dat vertrek van de Portugezen in 1975 had tot gevolg dat de inwoners van Maputo en Luanda jarenlang nauwelijks aan hun nachtrust toekwamen vanwege het enorme aantal blaffende zwerfhonden; voormalige huisdieren die de oud-kolonialen vlak voor hun vertrek maar gewoon op straat hadden losgelaten.
Nee: de geschiedenis van Zuid-Afrika is uniek vanwege de permanente aanwezigheid van een grote witte minderheid en de periode van de Apartheid duurde nog lang voort nadat alle andere Afrikaanse landen allang onafhankelijk waren. Derhalve rechtvaardigt het om een lijn te trekken tussen de komst van Van Riebeeck en de problemen die Zuid-Afrika heden ten dage teisteren.

In zijn boek neigt Posthumus naar de laatste argumentering en vooral de rol van de Nederlandse kolonisten daarbij, die in de loop der eeuwen niet meer Nederlands gingen spreken maar Afrikaans, en bekend staan als Afrikaners. Dat de ontwikkeling van de Apartheid voor een groot deel te danken is aan de afstammelingen van de Nederlandse kolonisten, leidt geen twijfel. Voor zover het de ‘grote’ Apartheid betrof, dus de kwestie waarbij, kort samengevat, het meeste land onttrokken werd aan de oorspronkelijke bewoners en toegewezen aan witte boeren, en slechts tien procent werd gedefinieerd als ‘zwart reservaat’ deden de Engelsen echter van harte mee. Overal staat deze gebeurtenis bekend als ‘the Natives Land Act of 1913’, Posthumus spreekt steeds over ‘de Wet op de Naturellengrond.’ Voortdurend wordt de schrijver heen en weer geslingerd tussen enerzijds zijn oprechte bedoeling om objectieve journalistiek te bedrijven, anderzijds neigt hij steeds naar een zekere vooringenomenheid. Dat geeft hij ook later in het boek toe: ‘Als ik steeds opnieuw krampachtig probeer afstand tussen mij en het Afrikaner volk te scheppen, bewijst dat toch eigenlijk vooral dat die afstand in werkelijkheid een stuk minder groot is dan dat ik wens?’ Want wie is dan die Afrikaner? De diehard Afrikaner, de racist die vindt dat het witte Afrikaner volk een missie te vervullen heeft, bestaat nog wel maar de vraag is hoe groot die groep is en of die nog invloed heeft. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat de Nederduits Gereformeerde Kerk, lange tijd de steunpilaar van het Apartheidsregime, net als de kerken in Nederland, een enorme leegloop kent. Dat alleen noemen zou de kerk tekort doen, want ook binnen de huidige NG kerk vindt veel discussie plaats en ook daarvan doet Posthumus verslag door een (vrouwelijke) dominee te interviewen.

Een hele grote groep van zeker meer dan een miljoen witte Zuid-Afrikanen – Afrikaans èn Engelstalig – heeft inmiddels de uitwijk genomen naar Australië – en in mindere mate naar Nieuw-Zeeland. Reden: het geweld in Zuid-Afrika. Zou je je kinderen daar nog wel willen laten opgroeien? Het is interessant om te onderzoeken waarom Nederland niet zo populair is onder de rijke vluchtelingen – dat wil zeggen, zij die het kunnen betalen om te emigreren, want inmiddels zijn er ook grote groepen straatarme witte Zuid-Afrikanen. Ze wonen in  sloppenwijken en waren postbodes, conducteurs of lagere ambtenaren en kregen van de ene op de andere dag te horen dat een zwarte landgenoot hun plaats in moest nemen. Pikant detail: ook Sisonke Msimang, belangrijk criticus die Posthumus interviewt en die een indrukwekkende speech heeft gehouden tijdens de Mandela-lezing in Amsterdam in 2020, is ook in Australië gaan wonen vanwege de veiligheid van haar kinderen – maar dat laatste  vertelt de schrijver er niet bij.

Alle problemen begonnen met Van Riebeeck is een boek dat meer vragen oproept dan dat het beantwoordt, en dat is goed, want alle thema’s die Posthumus aansnijdt, raken ook aan Nederlandse problemen. Per slot van rekening zijn het de politici van extreem rechts in Nederland (Baudet, Wilders, Bosma) die steeds maar de riedel blank-afrikaans-bedreigd (Let op Nederland!) verkondigen en die riedel is in zijn absoluutheid een leugen. Jammer is derhalve dat Posthumus weinig tot geen aandacht besteedt aan datgene wat ons het meeste verbindt en voorlopig nog zal verbinden: de taal, het Afrikaans. Inmiddels hebben talloze Nederlanders ontdekt dat het Afrikaans geenszins (meer) de taal is van de Apartheid, net zo min als het Duits nog de taal is van Hitler. Schrijvers als Adriaan van Dis, Arnon Grunberg, Stefan Hertmans, Bennie Lindelauf, Mira Feticu en nog vele anderen reisden en toerden met genoegen door Zuid-Afrika en omgekeerd reisden vele Zuid-Afrikaanse schrijvers naar Nederland en Vlaanderen. Zuid-Afrikaanse schrijvers als Elisabeth Eybers, Antjie Krog en Alfred Schaffer wonnen prestigieuze Nederlandse literaire prijzen. De discussie over de positie van het Afrikaans laat ik hier gemakshalve maar even zitten, want dan zijn we weer ellenlange bladzijden verder. En dan zijn er nog de kleine onvolkomenheden die je zo hier en daar in het boek opmerkt: Kruger verbleef het grootste deel van zijn verblijf in Nederland in Utrecht aan de Maliebaan, niet in Hilversum. Waarom zoveel aandacht voor Hertzog, terwijl de grootheden der Apartheid toch echt Malan en Verwoerd heetten? Waarom kozen Nederlanders in de jaren ’50, ondanks het feit dat toen Zuid-Afrika als een soort broederland werd gezien (Premier Drees en Prins Bernhard gingen er op bezoek, Smuts kreeg een eredoctoraat in Leiden) toch massaal voor Canada en Australië wanneer ze wilden emigreren?

Tot slot: ach, die Van Riebeeck. En wat moeten we nou toch met de Van Riebeeckpenning? Die bestaat, al jarenlang, en wordt uitgereikt aan diegene in Nederland die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de (culturele) banden tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het zijn niet de minste BN’ers die deze prijs hebben ontvangen, maar of ze er heden ten dage gelukkig mee zouden zijn? Ook weer zoiets. In ieder geval, lees het boek van Niels Posthumus. Voer voor een interessante discussie.

09082021

Leave Your Comment

Your email will not be published or shared. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*